VOLSTUINIEREN IN CHARLOIS

Volkstuinen in Charlois

Charlois beschikt over relatief veel groene ruimte. Dit is een sterk punt. Groene ruimte is schaars in stedelijke omgevingen. Charlois heeft in Rotterdam-Zuid de meeste volkstuinen (circa 1.150 tuintjes) binnen haar grenzen. Het recreatief tuinieren heeft in Charlois een voor stad en regio unieke vorm gekregen in het Zuiderpark. De volkstuincomplexen maken hier onderdeel uit van een groot parklandschap. Ook liggen de complexen op een kleine loopafstand van de woonwijken, waardoor het gebruik van een tuin in het groen nabij de drukke stedelijke woning mogelijk is. Door de ligging en bereikbaarheid hebben enkele complexen last van overlast en vandalisme.

Het recreatief tuinieren op de volkstuinen is voor de bewoners van Rotterdam-Zuid en in het bijzonder voor de Charloise bevolking een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding. Volkstuinders werken met veel plezier in hun vrije tijd aan de groene ruimte. Bovendien kunnen ook anderen genieten van de groene ruimte, omdat de complexen overdag van zonsopgang tot zonsondergang openbaar zijn.

Het ontstaan van andere vormen van recreëren en het verhuizen naar een betere woning buiten Rotterdam-Zuid hebben er toe geleid dat de directe binding met de naastgelegen woonwijk op sommige volkstuincomplexen is afgenomen. Hoewel nog kleinschalig van opzet, is ook de vraag naar parkeren en autobereikbaarheid toegenomen ten opzichte van de eerste aanleg in de jaren vijftig van de vorige eeuw. De toegenomen vrije tijd en een veranderend recreatiegedrag sinds de jaren van de wederopbouw hebben ertoe geleid dat de huisjes meer gebruikt worden als goedkoop vakantiehuisje, dus ook voor overnachten. De meeste complexen zijn daar met de aanleg van riolering en verlichting en door de grotere huisjes ook steeds beter voor uitgerust. Dit niveau wordt anno 2015 door velen als de norm beschouwd. De volkstuin heeft zich ontwikkeld tot een vakantiehuisje binnen de stad.

Tegelijkertijd zijn vanaf de zestiger jaren van de twintigste eeuw door het toegenomen autobezit en door de toegenomen vrije tijd de complexen met vakantiehuisjes en de campings met vaste stacaravan in het buitengebied ontstaan. Veel Rotterdammers gaan naar Brabant en Zeeland. De tarieven voor een stacaravanplek zijn het vier- of vijfvoudige van die voor de volkstuin in de stad. Er zijn veel overeenkomsten in het gebruik: het tuintje, de gezelligheid en de activiteiten in de kantine.

Veel verenigingen kennen nog een kern van oude, trouwe leden die ooit, na op een wachtlijst gestaan te hebben, lid zijn geworden. Ze hebben een wooncarrière gemaakt op Zuid of zij zijn verhuisd naar de omliggende gemeenten op het eiland IJsselmonde. Zij zijn wel de tuin trouw gebleven. De tuin is in de veranderende stedelijke samenleving een spil in familie- en vriendennetwerken. Door het verhuizen en door het aantrekken van leden uit de wijde omgeving is de binding met de naastgelegen woonwijken in Charlois en met sociale netwerken in de buurten en scholen voor een deel verdwenen. Daarmee vermindert het belang van de volkstuin voor het welzijn van de burger van Zuid of van de deelgemeente Charlois.

De druk in de stad op de schaarse gronden voor woningbouw en wegen heeft er toe geleid dat de ruimte voor volkstuinen (en vooral voor moestuinen) geleidelijk aan minder is geworden. Er is stedelijk een tekort aan zogeheten nutstuinen. De animo voor volkstuinen (verblijfstuinen) is de afgelopen jaren na eerst een geleidelijke afname in de tachtiger jaren weer enigszins aangetrokken. De animo blijft echter achter bij het aanbod aan tuintjes. Er zijn geen of slechts beperkte wachtlijsten. Hier en daar is er zelfs wat leegstand ondanks het verlies aan tuinen vanwege de vernieuwing van het Zuiderpark en vanwege de afname aan tuintjes op andere plaatsen in Rotterdam. Er is sprake van vergrijzing op de complexen door het ouder worden van de naoorlogse generatie volkstuinders en door de ledenaanwas vanuit de vutters. Ondertussen zijn er wel meer jonge en meer allochtone families die een tuin gaan huren.

Op enkele complexen is er sprake van een duidelijke achterstand in het groot onderhoud. Enkele verenigingen hebben verbeteringen op hun complex kunnen realiseren die pasten in de vernieuwing van het Zuiderpark.

Ontwerp Zuiderpark 1951

Alle volkstuincomplexen van Charlois, behalve de verenigingen Pomona en Heijplaat, liggen in het Zuiderpark, zoals dat in 1951 door Hanekroot en Bijhouwer is ontworpen. Het Zuiderpark is ontworpen als een modern stadspark. Functioneel is het park uitverkaveld in ruimtes om te sporten, te tuinieren, te wandelen, in het gras te liggen, te zwemmem, varen, spelen, fietsen, enzovoort. Eén van de uitgangspunten bij de planvorming was een eerder verrichte studie, waarbij de recreatiebehoefte van de Rotterdamse bevolking per leeftijdscategorie werd vastgesteld.

lan voor het Zuiderpark (C. Hanekroot 1951, collectie GAR). Conform plan Van Traa: park tussen vooroorlogse en naoorlogse wijken op Zuid. Opvallend is het grote aantal voorzieningen voor actieve recreatie in het park.
lan voor het Zuiderpark (C. Hanekroot 1951, collectie GAR). Conform plan Van Traa: park tussen vooroorlogse en naoorlogse wijken op Zuid. Opvallend is het grote aantal voorzieningen voor actieve recreatie in het park.

Planologisch is het Zuiderpark onderdeel van het Uitbreidingsplan-in-hoofdzaak-Linker-Maasoever uit 1949 van Van Traa en Bos. Bos schreef eerder in 'De stad der toekomst, de toekomst der stad' dat het contact met groen en bodem een onderdeel moest vormen van het dagelijkse leven van de stadbewoner. Geen wonder dat volkstuinen zo een prominente plaats in het park hebben gekregen.

De volkstuinverenigingen in Charlois

In Rotterdam waren er in 2005 totaal 43 complexen met 5.043 verblijfstuinen. In Charlois gaat het om de volgende elf verenigingen, die totaal circa 1.150 tuinen tellen.

A      ATV Maasglorie Keyenburg 8                            74
B      VTV De Beukhoeve Slinge 17                            235
C      ATV Phoenix Keyenburg 1                                  94
D      VTV Zonnehof Keyenburg 4                              97
E      VTV Pomona Hansweertstraat 10                       104
F      VTV Oldegaarde Oldegaarde 951                      55
G     VTV De Wielewaal Schulpweg 425                    128
H     VTV Heijplaat Rondolaan 76                               46
I       VTV Reyerwaard Kromme Zandweg 8               37
J      VTV De Zandweg Kromme Zandweg 66a         134
K     VTV De Zuiderhof Zuiderparkweg 100               150

De volkstuincomplexen liggen in het Zuiderpark met uitzondering van de VTV Heijplaat. De VTV Pomona ten zuiden van Pendrecht in het Zuidelijk Randpark en de VTV Wielewaal liggen niet in de kern van het Zuiderpark, maar wel in het CBS-gebied Zuiderpark.

De verenigingen hebben allemaal een eigen verenigingsgebouw. De verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor de eigen voorzieningen op het terrein, zoals het verenigingsgebouw. De meeste verenigingsgebouwen liggen er in goede staat bij. Het gebouw van de vereniging Oldegaarde is afgekeurd voor gebruik. Het gebouw van de vereniging Heijplaat is beperkt bruikbaar. De vereniging De Beukhoeve wil graag een aanbouw aan het verenigingsgebouw realiseren.

Het aantal tuintjes (en dus het aantal leden) varieert per vereniging van 37 tuintjes bij de vereniging Reyerwaard tot 235 tuintjes bij vereniging De Beukhoeve. Een landelijke norm voor een vereniging is tussen de 80 en 100 leden.

De verenigingen hebben gemiddeld 103 tuinen per vereniging. Er is een heel grote vereniging in Charlois, namelijk de vereniging De Beukhoeve. Drie verenigingen zijn als middelgroot te beschouwen, namelijk De Zuiderhof, De Zandweg en Wielewaal. Drie verenigingen zijn gemiddeld qua grootte, namelijk Phoenix, Zonnehof, Pomona. Ten slotte zijn er drie kleine verenigingen, namelijk Reyerwaard, Oldegaarde en Maasglorie. De vereniging Heijplaat heeft alleen nutstuinen. Dit is ook een kleine vereniging.

De volkstuinverenigingen werken samen in de unit volkstuinverenigingen Charlois. De deelgemeente overlegt met de unit over de gemeenschappelijke onderwerpen.

Het complex nutstuinen aan de Keyenburg is niet opgenomen in deze notitie. Dit complex telt 25 tuinen. Het is echter geen vereniging. De tuinders huren rechtstreeks van de dienst Sport en Recreatie.

De samenstelling van de leden van de verenigingen

Uit gesprekken met de verenigingen in mei 2007 bleek dat de samenstelling van de leden de afgelopen jaren behoorlijk is veranderd.

Veel tuinders behoren tot de groep ouderen. Uit de Volkstuinmonitor 2003 blijkt dat 32% van de leden van de Rotterdamse volkstuinverenigingen ouder dan 65 jaar is en dat 74% ouder dan 45 jaar is. Voor een behoorlijke groep ouderen wordt het onderhoud van de tuin steeds zwaarder. Regelmatig moeten ouderen daarom hun hobby opgeven. Soms houden zij nog enige tijd hun tuintje aan, omdat in de praktijk blijkt dat hun huisje moeilijk te verkopen is.

Sommige complexen trekken ook jongere tuinders, bijvoorbeeld gezinnen met kinderen. Een speelplek op het complex trekt gezinnen aan. De meeste startende tuinders zijn overigens van middelbare leeftijd.

Het aantal leden uit een ander land van herkomst neemt toe. Zo zijn steeds meer tuinders afkomstig uit Turkije of uit de Antillen of uit Zuid-Europese en Oost-Europese landen.

Op basis van de ledenlijsten van de Charloise verenigingen (peildatum 27 augustus 2007) is een overzicht gemaakt van de woonplaats van de leden. Het aandeel Rotterdammers op de volkstuinen in Charlois bedraagt 88%. Niet-Rotterdammers komen voornamelijk uit de randgemeenten zoals Vlaardingen, Barendrecht en Ridderkerk.

Het grootste deel van de leden van de volkstuinverenigingen in Charlois woont op Zuid (iets minder dan 80%). Van de leden uit Rotterdam-Zuid is het aandeel uit Charlois en het aandeel van de rest van Zuid ongeveer even groot: 42% tegen 37%. Hieruit blijkt dat de volkstuinverenigingen een voorziening voor heel Rotterdam-Zuid zijn te noemen.

Gegevens over de tuinen

De oppervlakte van de tuinen verschilt. Vroeger waren veel tuinen rond de 250m². Later zijn er grotere tuinen bij gekomen. Nu zijn er ook een behoorlijk aantal grotere tuinen, die kunnen oplopen tot 400m². De meeste complexen beschikken over voorzieningen als elektra, water en riolering. Op enkele complexen ontbreekt elektra op de tuintjes en/of verlichting op de paden.

De leegstand bedroeg tijdens een ronde langs de volkstuinen in mei 2007 grofweg tussen de 5 en 10 procent. Alleen de VTV Heijplaat heeft een behoorlijke wachtlijst. Leegstand is overigens een moeilijk begrip. In het voorjaar is de belangstelling voor het kopen van een tuintje het grootst. In enkele weken worden er dan veel tuinen verkocht.

De indruk bestaat dat de belangstelling voor een volkstuin na enkele moeilijke jaren weer enigszins aantrekt. Wel zijn er nog veel oudere leden die de komende jaren waarschijnlijk zullen gaan stoppen, veelal omdat het onderhoud niet meer op te brengen valt. Regelmatig doen belangstellenden voor een volkstuin een impulsaankoop. Zij realiseren zich niet hoeveel werk er bij komt kijken om een volkstuin te onderhouden. Na korte tijd haken ze dan af. Soms blijkt het lastig te zijn om tuinders die niet betalen en ook (bijna) nooit aanwezig zijn op hun tuin op juridisch zorgvuldige wijze van de tuin af te krijgen.

De prijzen van tuinen variëren van geheel gratis voor een verwaarloosde tuin zonder huisje of met een vervallen huisje tot € 15.000 voor een tuin met een zeer luxe huisje. Meestal liggen de prijzen tussen de € 700 en de € 7.500. De prijzen zijn lager dan vroeger het geval was. Voor het vaststellen van de vraagprijs is het bijvoorbeeld van belang of een huisje van hout of van steen is, of de tuin in goede staat verkeert en of er veel losse zaken overgenomen kunnen worden zoals planten en gereedschappen.

Op de verblijfstuinen is overnachten toegestaan in het seizoen (van 1 april tot 1 oktober). In de winter is overnachten niet toegestaan.

De opbouw van de huur van een gemiddelde verblijfstuin ziet er volgens een berekening van de Rotterdamse Rekenkamer als volgt uit:

  • Huur grond € 345,-
  • Water en electra € 100,-
  • Verzekering € 70,-
  • Reinigingsrecht € 60,-
  • Contributie bond € 45,-
  • Contributie vereniging € 35,-
  • Totaal € 655,-

Uit gesprekken met de verenigingen blijkt dat de kosten van een tuin voor een lid enigszins verschillen per vereniging. Over het algemeen komen de kosten rond de € 800 per jaar uit.

De verenigingen hebben inkomsten uit de contributies van de leden van de vereniging. Daarnaast levert ook de verkoop van consumpties in het verenigingsgebouw, de verkoop in de winkel en de inkomsten uit activiteiten geld op. Grotere verenigingen hebben meer financiële mogelijkheden dan de kleine verenigingen.

Regelgeving

De wettelijke bepalingen op het gebied van milieu en veiligheid zijn ook op de volkstuinen van toepassing. De verenigingen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de bepalingen. Het toezicht op veiligheid en milieu wordt vooral door de bestuurders van de complexen zelf verricht.

De besturen hebben wisselende ervaringen met de handhaving. Soms komen (vooral nieuwe) leden de regels niet na. Het blijkt juridisch niet altijd gemakkelijk om handhaving af te dwingen. Het toezicht in de zin van handhaving van wet en regelgeving is bij volkstuinen hetzelfde als bij andere voorzieningen. Alle vergunningen en bijbehorende handhavingsprocedures zijn van kracht: horecavergunning, bouwvergunning, kapvergunning, milieueisen ten aanzien mest en gifstoffen, enzovoort.